Foto: Robert van Kralingen

De Kléane Koarke 135: 'Hij gaf me ruimte om te spreken'

  Historie

door Robert van Kralingen

In het begin van de jaren tachtig krijgt ds. Bregman met zijn gezondheid te kampen en ervaart hij het vele werk wel eens als een zware last.

Als de redactie van 'Daniël' hem in 1983 vraagt wat hij zoal in een week doet, antwoordt hij: 'In de zomertijd zit ik de meeste uren onder de mensen. 'k Heb het wel eens geteld. In één week werden toen 29 bezoeken afgelegd, twee begrafenissen geleid en één huwelijk bevestigd. In het winterseizoen begin ik op maandagmorgen met catechisatievoorbereiding. Op maandagavond de catechisaties zelf. Dinsdagmorgen de voorbereiding van de Bijbellezing, als ik die op woensdagavond moet houden. Verder wordt de tijd gevuld met het bezoeken van zieken en bejaarden en natuurlijk de verschillende vergaderingen. Op donderdagmiddag trek ik me terug om te beginnen met de voorbereidingen voor de zondag. Die tijd van voorbereiding móet eraf! 't Gebeurt wel eens, dat ik geen tijd heb en geen raad meer weet, maar dat de Heere helpt. (…) De bejaarden bezoek ik ieder jaar (vanaf hun 75ste jaar) met hun verjaardag. En als de mensen ziek zijn, kom ik er zoveel mogelijk. Dat doe ik graag. Met de mensen meeleven, jezelf geven, liefde betonen.'

Soms geen tijd
Als hem in hetzelfde interview gevraagd wordt of hij wel eens naar een kleine gemeente verlangt, antwoordt hij: 'Ja, mijn vlees wel. 't Is een paar jaar geleden gebeurd, dat ik eens in het openbaar op de preekstoel in het gebed heb gevraagd, of de Heere mij een kleine gemeente wilde geven. Ik word immers ouder en dan zou hier een jonge predikant kunnen komen. 'k Heb daarna twaalf beroepen gehad van kleine gemeenten. Geen daarvan heb ik aangenomen. M'n kinderen zeiden naderhand: 'Zul je dat niet weer vragen, want je neemt er toch geen aan…' 'k Weet dat ik in Rijssen moet zijn. Jullie mogen met grote letters in 'Daniël' zetten, dat ik met alle werkzaamheden niets te klagen heb over God, wel over mezelf. 'k Heb soms geen tijd om me voor te bereiden. Dat is pas nog eens gebeurd bij een huwelijksbevestiging. Maar de Heere gaf te spreken. Zo is het ook meermalen gebeurd, dat ik op zaterdagavond nog de gemeente in moest en dat ik dan om 12.00 uur nog op straat liep. En dan liep ik te zuchten, want de zondagmorgen was aanstaande. De Heere hielp dan ook de volgende morgen weer wonderlijk door. Hij gaf me ruimte om te spreken. Ja, de Heere is goed!'

Als ds. Bregman in het najaar van 1983 en in het begin van 1984 opnieuw enige tijd is uitgeschakeld, moet hij zich een aantal beperkingen opleggen. Op advies van de huisarts besluit hij in maart 1984 emeritaat aan te vragen. Op 15 mei wordt hem dit door de classis Kampen op de meest eervolle wijze verleend.

Na zijn emeritaat verbetert zijn gezondheidstoestand zodanig dat hij weer enig werk in de gemeente kan verrichten, zoals het leiden van begrafenissen en huwelijksdiensten. Als ds. J.M. Kleppe te Apeldoorn in februari 1985 het beroep naar Rijssen heeft aangenomen, besluit ds. Bregman de pastorie te verla- ten en de woning J. ter Horststraat 3 te betrekken, die door de kerkenraad is aangekocht. Op 10 april 1985, enkele weken voor de komst van ds. Kleppe, neemt ds. Bregman officieel afscheid van de gemeente.

Meer berichten