Ds. A. Bregman.
Ds. A. Bregman. (Foto: Robert van Kralingen)

De Kléane Koarke 131: 'Ik heb nooit naar God gevraagd'

  Historie

door Robert van Kralingen

Ds. Bregman is op 22 maart 1977 12,5 jaar predikant. De volgende dag houdt hij een herdenkingsdienst. Hij spreekt daarbij over Psalm 116:12: 'Wat zal ik den Heere vergelden voor al Zijn weldaden, aan mij bewezen?' Vanuit deze tekst spreekt hij over 'een nietig mensenkind, verlegen met de weldaden des Heeren'.

Tijdens deze dienst vertelt hij ook iets over Gods werk in zijn leven.'Ik heb nooit naar God gevraagd. Ik zou in mijn godsdienst doorgehold hebben. Vele consciëntieovertuigingen gehad, maar ik begeerde God niet te vrezen, o nee. Maar ziet, God is me te sterk geworden.'

Wraakzwaard

'O, dat we het ingeleefd hebben, schreiende naar de hemel: Heere, mag ik nog eenmaal naar de kerk, nog eenmaal onder Uw Woord verkeren, voordat het eeuwigheid wordt?We hebben geprobeerd om behouden te worden buiten Christus, maar hoe harder we werkten en hoe meer geloften van beterschap we de Heere deden, hoe erger het werd.Ja, dat het voor ons werd dat het wraakzwaard uit Gods schede gehaald is en dat het eeuwigheid zou worden. Voor de laatste maal in Gods huis. (…)'

'Dierbare Woord van God'
'O, toen het God behaagde de weg te ontsluiten, dat we zalig konden worden in die gezegende Heere Jezus Christus, de enige Weg, de Waarheid en het Leven. 'O God, dat kan ik nooit. Daar ben ik onbekwaam en ongeschikt toe'. O, het heeft God behaagd niet alleen de weg te ontsluiten, maar ook de begeerte te vervullen, waar we twaalf jaar mee gelopen hebben, om dat dierbare Woord van God uit te dragen. (…)

David was maar een man achter de schapen vandaan. Ik was maar een man uit het land vandaan. Ik zei: O God, dat kan ik nooit. Daar ben ik onbekwaam en ongeschikt toe. Totdat de tijd kwam, dat ik als een kind aan Vader beloofde te zullen gehoorzamen en te zullen doen, wat Hij zei. (…)'

Geliefde gemeente Rijssen
Toen we na vier jaar studie beroepbaar werden gesteld, zei ik: Heere, als ik nu eens een gemeente mag krijgen, mag ik dan liefelijk zijn? Mag ik dan voor ieder een woordje hebben? Voor het kleinste kind in de gemeente? O, geliefde gemeente van Rijssen, ik had nooit gedacht, dat ik naar u toe zou komen, want ik wilde niet, maar God weet de weg wel te wijzen. Daarom staan we hier, 12.5 jaar, onbekwaam om het Woord uit te dragen. O, dan hebben we wat gezucht. En dat vlees wil nooit, o nee! Dan zei ik wel eens: Heere, ach, betoon het nu eens, dat Gij me geroepen hebt. Ja, zou Ik het zeggen en niet doen, spreken en niet bestendig maken? Want Hij Die u roept, is getrouw. Weldaden, gemeente!

We hebben het Woord van vrije genade mogen uitdragen, al is het met groot gebrek geweest, maar we hebben u dood en leven, zegen en vloek, wet en Evangelie mogen verkondigen.'

Meer berichten