Berendina Ligtenberg (‘lange Diene’).
Berendina Ligtenberg (‘lange Diene’). (Foto: Robert van Kralingen)

De Kléane Koarke 130: 'Roept tot Mij, ik zal antwoorden'

  Historie

door Robert van Kralingen

Berendina Ligtenberg ('Diene van de Teune') wordt op 23 april 1896 geboren te Rijssen. Zij groeit op aan de Vennekensgaarden. Vanwege haar rijzige gestalte wordt ze ook wel 'lange Diene' genoemd. Verder is van haar bekend dat ze over een ijzersterk geheugen beschikt. Zo weet ze zich jaren later vrijwel alle preken die ze gehoord heeft nog te herinneren. Met velen van hen onderhoudt ze een gedurige briefwisseling.

In haar brieven bedankt ze vrijwel altijd eerst voor de brieven die ze heeft ontvangen. Daarnaast leeft ze nauw mee met haar vrienden en vriendinnen en vermeldt ze ook altijd iets over haar geestelijke gesteldheid.

Waarheid
Zo schrijft ze op 14 januari 1964 aan 'een geliefde vriendin en haar man': 'En dat u jaloers was op zuster, kan dat begrijpen. Zij is sukkelend naar het lichaam, maar een nabij leven en dat is toch alles. Ze is ook weer ziek, hoewel het op het moment weer wat beter gaat. En ik ben door 's Heeren goedheid altijd goed gezond. Ben de laatste tijd zo druk met werken, anders had ik wel eerder geschreven. Ben vandaag thuis en ben er zo blij mee, want het zijn hier gladde wegen. Het gaat bij mij op en neer.

In november hebben we Heilig Avondmaal gehad en dat viel mee, want het is zo'n gewichtige zaak. Afblijven kan ik niet en aangaan, dan komen er zo veel bezwaren, maar als de Heere een vlak veld maakt, gaat het van zelfs. Donderdags was het, want ik kijk altijd uit of de Heere een woord spreekt. Den Heere is niets verplicht, maar we mogen er Hem om vragen. Roept tot Mij, en wat is het antwoord? Ik zal antwoorden. Als het in der waarheid is, antwoordt Hij. Maar ik moet eerst een zucht ontvangen, anders kan ik niet in waarheid vragen. Wat zijn we in ons bestaan toch naamloos arm. Maar de Heere heeft alles gedaan om Zijns Zelfs wil. Nu weer terug. Het was donderdag zo: Ik zal met vreugd in 't huis des Heeren gaan, maar kon niet bezien dat het op het Heilig Avondmaal zag. Maar het is gebeurd, ben zondag met vreugd opgegaan.

De Heere was 's morgens (donderdag) onder het lezen van Smytegelt, en zal laten volgen wat mij zo trof. De tekst was: Hij voert mij in het wijnhuis. In een wijnhuis staan de dienaars gereed om elk naar zijn behagen te geven. O, zo is het in dit huis ook, daar zijn goede verzorgers. Zij brengen oude en nieuwe dingen voort uit den goeden schat haars harten, oude en nieuwe wijn, de oude bediening, de vorige bewerking, en nieuwe dingen, de nieuwe bewerking.

En zo is het mij ('s zondags) gegaan in de kerk. De tekst was uit Openbaring: En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet. En het oude werd weer nieuw en toen dominee aan tafel stond, was het: De Meester is daar en Hij roept u. En dat werd persoonlijk en heb zo met vrijmoedigheid aangeweest en heb er licht over gehad, hoe ik met een vertrouwende daad des geloofs op de algenoegzame offerande van Hem had mogen rusten. Het was gelijk de duif van Noach, die rustte op zijn hand, maar nu moet ik in de ark, want met alles wat gebeurd is, een onopgeloste ziel. Ga nu eindigen met hartelijke groeten en Gode bevolen. Uw vriendin Dina.' 
Op 2 augustus 1972 wordt Dina onverwachts uit dit leven weggenomen.

Meer berichten