Ouderling G.J. Baan, ook wel bekend als 'Getjan van 'n Duusker'.
Ouderling G.J. Baan, ook wel bekend als 'Getjan van 'n Duusker'. (Foto: Robert van Kralingen)

De Kléane Koarke 125: 'Grootmoeder kan mij ook niet helpen'

  Historie

door Robert van Kralingen

Gerrit Jan Baan wordt in 1947 door de Heere stilgezet. Als zijn vader op 31 januari van dat jaar onverwachts overlijdt aan de gevolgen van een hersenbloeding, voelt hij voor het eerst dat hij ook moet sterven. Die nacht krijgt hij het zo benauwd dat hij over zijn hele lichaam beeft. Als ook zijn vrouw er geen raad meer mee weet en vraagt of ze opoe ('Duuskers Dika') moet roepen, antwoordt hij: 'Mijn grootmoeder kan mij ook niet helpen.'

Nadat de Heere hem een halt heeft toegeroepen, wordt hij meer en meer aan zijn bedorven bestaan voor God ontdekt en wordt zijn eerdere leven in de wereld hem tot diepe smart. Overigens begrijpt zijn schoonfamilie hier niets van. Zij zijn bang dat hij krankzinnig wordt. In de jaren hierna werkt de Heere door in zijn leven. De prediking van ds. P. Honkoop en het onderwijs van zijn grootmoeder worden hem daarbij tot zegen gesteld.

Vloermatje
In 1951 wordt Baan gekozen tot diaken. Tijdens de bevestigingsdienst merkt ds. Honkoop onder meer op dat een ambtsdrager het best vergeleken kan worden met een vloermatje. Iedereen kan er zijn voeten aan afvegen, maar het matje is wel binnen, het behoort tot de inventaris van het gebouw. Dat is ook het verschil met steigerhout, dat wel indrukwekkend schijnt, maar niet tot het gebouw behoort. Ambtsdragers zijn maar geringe en nietige instrumenten en menigmaal is hoon en laster hun deel.

David en Jonathan
Vier jaar later volgt zijn verkiezing tot ouderling. Bekende en geoefende mede- broeders in die jaren zijn onder meer H. Haase ('Mans van 'n Haazen'), B. Averesch ('Pröt'l Bats'), H. Seppenwoolde ('Klôks Hèèndrik'), H. Harbers ('Köster Mans'), G.J. van der Stouw ('Chris Jàntje'), J. Koster, H. Ligtenberg ('Stoet'n Mans'), B.J. Nieuwenhuis ('Bearnd Jan van Kenien') en M. Poortman ('Mans van de Mèasse'). Vanwege de hechte vriendschap met laatstgenoemde worden Baan en Poortman wel eens aangeduid als 'David en Jonathan'.

Daarnaast heeft Baan een nauwe omgang met ds. M. Blok. Zijn zoon, ds. L. Blok, kan zich dat later nog goed herinneren. Zo schrijft hij na zijn overlijden in 1974: 'Als de dienst des zondags afgelopen was, kwamen uw man en vader, ouderling Haase en mijn vader en andere broeders ouderlingen samen naar huis en dan gebeurde het nog wel eens dat ze samen midden in de Weijerdsteeg bleven staan en een nabetrachting hielden over hetgeen ze onder de bediening van het Woord hadden genoten.'

Hoewel Baan wel eens denkt dat hij predikant moet worden, is dat niet voor hem weggelegd. Wel belooft de Heere hem dat dit in zijn nageslacht zal plaatsvinden. De vervulling daarvan heeft hij echter niet meer meegemaakt.

Krachten nemen af
In het begin van de jaren zeventig voelt Baan zijn krachten afnemen en wordt hem ontheffing verleend van alle ambtelijke werkzaamheden. Na te zijn getroffen door een hartinfarct en bij een bromfietsongeluk een hersenbeschadiging te hebben opgelopen, legt hij in 1972 zijn ambt neer.

In geestelijk opzicht zijn het echter goede tijden en is er bij ogenblikken een verlangen om heen te gaan.

Meer berichten




Shopbox