Foto:

De Kléane Koarke 122: 'Ik moet vanavond nog bekeerd worden'

  Historie

door Robert van Kralingen

Na de lagere school te hebben doorlopen, gaat Gerrit Jan naar de LTS (Lagere Technische School) in Almelo. Daar leert hij onder meer te smeden en hoe hij paarden moet beslaan. Hierna gaat hij aan de slag bij de plaatselijke machinefabriek van Schuitemaker. In die tijd is dat meer een veredelde smederij.

Als er in Rijssen een avond-ULO wordt gestart, schrijft hij zich daarvoor in. Hierna studeert hij via de Leidse Onderwijsinstellingen (LOI) verder voor onderwijzer. Omdat het hem niet lukt alle lessen op tijd in te leveren, beslist moeder Berendina dat hij moet stoppen bij Schuitemaker. 'Waar er voor acht personen eten is, is het er ook voor negen', zo merkt ze op.

Tijdens zijn laatste werkweek bij Schuitemaker raakt Gerrit Jan met zijn hand bekneld in een zaagmachine. Als gevolg hiervan moet hij twee vingers missen. Ondanks de pijn die een en ander met zich meebrengt, ligt hij 's nachts in het ziekenhuis psalmen te zingen.

Nadat hij met goed gevolg eindexamen heeft afgelegd, krijgt hij een betrekking op de plaatselijke Banisschool. In de volksmond wordt hij al spoedig 'de meáster van Bats' genoemd. Omdat hij het goed met de kinderen kan vinden, is hij het al gauw gewend. Een van de vakken waar hij het meeste van geniet, is Bijbelse Geschiedenis.

Wat zijn innerlijke leven betreft, ziet hij hoog tegen het bevestigde volk van God op. Zelf durft hij zich echter nergens bij te rekenen. Hoewel hij de beluisterde preken thuis graag navertelt, beseft hij wel dat dat geen gewicht in de schaal legt voor de eeuwigheid.

Ook het feit dat hij nooit in de zonde heeft geleefd, is niet voldoende. Terwijl anderen de vruchten van het nieuwe leven in hem waarnemen, mist hij voor zichzelf de toe-eigenende genade. Om die reden mist hij ook de vrijmoedigheid om deel te nemen aan het Heilig Avondmaal.  Overigens is hij vaak jaloers op het nabije leven van zijn vader. Hoewel deze vaak verzucht: 'Ik moet vanavond nog bekeerd worden' en: 'Ik heb het vandaag weer voor de Heere verzondigd' weet Gerrit Jan dat het bij zijn vader goed ligt. Vaak trekken zij ook samen het bos in om over het leven der genade te praten.

In 1964 wordt Gerrit Jan gekozen tot diaken. Omdat hij niet weet wat hij moet doen, vraagt hij bedenktijd. Als ds. Bregman en ouderling H. Haase enkele dagen later op bezoek komen om te horen of hij al een beslissing heeft genomen, voelen ze dat hij met deze zaak worstelt. Uiteindelijk heeft hij echter geen vrijmoedigheid zijn verkiezing te aanvaarden.

Behalve dat Gerrit Jan de morgen- en avonddienst in de Noorderkerk bijwoont, zet hij zich 's middags vaak in de Oranjekerk van de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland onder het gehoor van ds. J.W. Slager.Een van de diensten daar (op de laatste zondag voor zijn overlijden) raakt hem tot in het diepste van zijn ziel. Dat gebeurt als ds. Slager over het vierde gebod preekt.

Omdat zijn leven die middag wordt verklaard, zit hij met grote bewogenheid onder de prediking. Na afloop verlaat hij dan ook wenend het kerkgebouw.

Meer berichten




Shopbox