Interieur Eschkerk in Rijssen.
Interieur Eschkerk in Rijssen. (Foto: Robert van Kralingen)

De Kléane Koarke 120: 'Je hebt geen tijd over, maar juist te kort'

  Historie

door Robert van Kralingen

Het is ds. W.C. Lamain tot droefheid dat de verhouding tussen de Walkerk en de Eskerk nogal wat te wensen overlaat. Op zijn initiatief vindt er op 6 november 1943 dan ook overleg tussen beide kerkenraden plaats. Omdat er gelukkig geen sprake is van een leergeschil, heeft Bartus wel enige hoop dat beide gemeenten op termijn zullen worden samengevoegd. Dat de samenvoeging uiteindelijk toch niet doorgaat, is voor hem een grote teleurstelling en speelt mede een rol om terug te keren naar de Walkerk.

Omdat er in de Walkerk een ernstig tekort aan zitplaatsen bestaat, krijgt hij met zijn gezin maar één zitplaats toegewezen. Bartus en Berendina vinden dat echter niet erg. Dat men in de Walkerk blij is met zijn terugkeer blijkt wel op 26 december 1944, als hij met 272 van de 292 stemmen opnieuw gekozen wordt tot ouderling.

Als ouderling neemt Bartus een deel van de catechisaties voor zijn rekening. Hoewel hij minder gaven heeft dan bijvoorbeeld ouderling G.J. van der Stouw, wordt zijn werk door de jeugd gewaardeerd. Zijn eenvoudigheid en eerlijkheid dwingt bij velen respect af. Als de catechisanten eens wat uitgelaten en baldadig zijn, merkt hij tegen hen op: 'Maak je maar niet zo druk, want je bent zo oud.' Het is niet zijn leeftijd die dit doet opmerken, maar zijn diepe overtuiging dat het leven maar een damp is en de dood ieder uur wenkt. Verschillende jongeren doen wat lacherig over deze opmerking van Bartus, maar bij een van hen blijft het hangen. Later kan hij zich dit nog goed herinneren. Bartus komt ook regelmatig bij ouderling H. Haase over de vloer. Hoewel hij niet van (gemaakte) vroomheid houdt, voelt hij zich soms gedrongen de jongens van Haase aan te spreken. 'Jongens, zoek eerst het Koninkrijk Gods, want voordat je het weet ben je oud. Houd er toch rekening mee dat je geen tijd over hebt, nee, je komt tijd te kort!' Als de gemeente in 1955 van de Walkerk naar de nieuwe Noorderkerk verhuist, besluit Bartus het catechiseren te beëindigen.

Vrijgesteld
Een van de zorgen van Bartus en Berendina betreft hun zoon Gerrit Jan. Als hij in 1946 wordt opgeroepen om zijn militaire dienstplicht in Nederlands-Indië te vervullen, zijn ze danig van streek. Berendina is van mening dat hun zoon het ruwe soldatenleven niet aan kan. Voortdurend klimt er dan ook een gebed omhoog tot de Heere. Voor de keuring moet Gerrit Jan zich in Schoonhoven melden. De keuring valt positief uit. Als een korporaal hem na afloop vraagt wat hij van de dienstplicht vindt, antwoordt hij eerlijk: 'Ik ben zondermeer bereid om het vaderland te dienen, maar zie erg tegen het soldatenleven op.' Als hij op weg naar huis in de bus zit, hoort hij een officier van de keuring zeggen: 'Kijk, daar zit die jongen die het soldatenleven niet aan kan.'

Een week later wordt er een brief bezorgd, waarin staat dat Gerrit Jan is vrijgesteld van militaire dienstplicht! Voor Bartus en Berendina is dat een verhoring van hun gebed. Als Berendina haar man aankijkt en vraagt: 'Bartus, wus ie dat?' knikt hij bevestigend en vertelt hij dat de Heere hem dat bekend heeft gemaakt. Omdat hij bang was zichzelf te bedriegen of anderen teleur te stellen én om te voorkomen dat hij er 'de man' mee zou worden, heeft hij dit niet eerder verteld.

Meer berichten




Shopbox