Twentse boerderijen zijn herkenbaar aan de rond gemetselde toog voor de deeldeuren. Bron: J. Strokap.
Twentse boerderijen zijn herkenbaar aan de rond gemetselde toog voor de deeldeuren. Bron: J. Strokap. (Foto: J.Strokap)

De Kléane Koarke 113: 'Kom binnen, 't is buiten te gevaarlijk'

  Historie

door Robert van Kralingen

Hendrik en Maria hebben een gelukkig huwelijk. Maria staat bij de mensen bekend als een hartelijke vrouw, die goed voor haar man en kinderen zorgt. Verder wordt door anderen opgemerkt dat ze geen onderscheid maakt tussen haar eigen kinderen en haar stiefkinderen. Ze zijn haar allemaal even lief. Het huwelijk van Hendrik en Maria wordt gezegend met de geboorte van vijf kinderen: Hendrik, Gerritdina, Berendina, Bartus en Willem.

Bartus wordt op 14 september 1892 geboren. Vooral voor Hendrik is het ingrijpend om voor de derde keer een van zijn kinderen naar zijn vader te vernoemen! Op 27 oktober wordt Bartus in de Walkerk gedoopt.

Ten tijde van de geboorte van Willem wordt de Walkerk gediend door ds. J.J. Grass. Omdat Hendrik in geestelijk opzicht nauwgezet leeft en vaak teer gesteld is, durft hij zijn zoon niet door deze predikant te laten dopen. De levenswijze van ds. Grass zorgt namelijk voor veel beroering, zowel in als buiten Rijssen. Als hij ds. Grass in die tijd een keer op straat tegenkomt, wordt hij door de predikant aangesproken: 'Zijt gij die beroerder Israels?'

In alle rust antwoordt Hendrik echter: 'Nee, dominee, dat bent u zelf.' Als gevolg van de onrust rondom ds. Grass wordt Willem pas drie jaar later gedoopt. Hij is dan inmiddels al zo groot, dat hij kruipend over het deuphuuske (Rijssense benaming voor het podium) op verkenning gaat.

Vertrouwen
In de Haarstraat, waar Hendrik en Maria wonen, is het ook voor anderen duidelijk waar het Hendrik om te doen is en waar hij zijn vertrouwen op stelt. Als er eens een stevige onweersbui losbarst, roepen de mensen hem naar binnen: 'Hinke, kom snel binnen, 't is buiten veel te gevaarlijk.' Hendrik antwoordt echter: 'Zou ik bang zijn als mijn Schepper spreekt?'

Omstreeks 1906 wordt Hendrik in de Walkerk gekozen tot diaken. Omdat de notulen verschillende hiaten vertonen, is het niet bekend wanneer dit heeft plaatsgevonden. Als er in mei 1906 echter een beroep op oefenaar L. Wijting wordt uitgebracht, wordt de beroepsbrief mede ondertekend door diaken H. Averesch.

Voor niemand bang
De jonge Bartus is verknocht aan zijn moeder. Deze liefde is wederzijds. Om die reden is zij ook vaak bezorgd over hem. En terecht. Want is er in de stad iets te doen, dan staat Bartus vaak met zijn neus vooraan. Bang is hij immers voor niemand. En iemand nadoen of ander toneelspel gaat hem goed af.

Soms echter gaat het verkeerd. Zo raakt hij op zekere avond in gevecht met een spoorwegbeambte. Tijdens het gevecht trekt Bartus opeens een mes en ritst hij met één haal alle knopen van de jas van de beambte!

Eeuwig te boven
Op 12 januari 1912 sterft Bartus' halfbroer Gerrit Jan. Hij is maar 39 jaar geworden. Vader Hendrik mag echter geloven dat hij de strijd voor eeuwig te boven is.Kort daarop, op 28 maart 1912, overlijdt Bartus' moeder, Maria Brinkman, op 59-jarige leeftijd. Ze is 29 jaar met Hendrik getrouwd geweest. In de overlijdensakte wordt haar man aangeduid als 'landbouwer'.

Meer berichten




Shopbox