Interieur Noorderkerk.
Interieur Noorderkerk. (Foto: Robert van Kralingen)

De Kléane Koarke 109: 'De Heere heeft hem wonderlijk geholpen'

  Historie

door Robert van Kralingen

Omdat ds. A. Bregman nauwelijks enige vooropleiding heeft genoten, vergt de studie veel van hem. In 1962 mag hij gaan proponeren en trekt hij het hele land door. Als hij in juni 1964 beroep- baar wordt gesteld, hoopt hij in een kleine gemeente te mogen beginnen. Zelf denkt hij daarbij wel eens aan 's-Gravenpolder.

Van de 24 op hem uitgebrachte beroepen is er één afkomstig uit Rijssen, waar men een tweede predikantsplaats wil stichten. Op 12 december 1963 is hij daar al eens voorgegaan en heeft hij gesproken over Johannes 10:7b: 'Ik ben de Deur der schapen.' De Heere heeft hem toen wonderlijk geholpen. Als kandidaat Bregman op 27 juni bericht ontvangt, dat hij in Rijssen is beroepen en hij dit voor de Heere neerlegt, klinkt er met kracht in zijn ziel: 'Er was een Macedónisch man staande, die hem bad en zeide: Kom over in Macedónië en help ons.'

'k Had het beroep dezelfde avond kunnen aannemen, maar ik wilde niet naar Rijssen. Ik wilde graag naar Zeeland. 't Was bij mij precies als bij Jona: Hij moest rechts en ging links. Ik ook. 'k Heb zelfs nog twee dagen uitstel gevraagd. Na drie weken en twee dagen heb ik het beroep aangenomen. En toen is de storm gestild.'

Op 6 september neemt kandidaat Bregman afscheid van Benthuizen en verhuist hij met zijn gezin naar Rijssen. Daar betrekt hij tijdelijk het pand Trompstraat 32. Op 22 september 1964 wordt kandidaat Bregman door ds. J. van Haaren bevestigd tot predikant. Deze bedient daarbij het Woord uit Kolossenzen 1:28: 'Denwelken wij verkondigen, vermanende een iegelijk mens en lerende een iegelijk mens in alle wijsheid, opdat wij zouden een iegelijk mens volmaakt stellen in Christus Jezus.'

Na de bevestiging richt ds. Van Haaren zich in een persoonlijk woord tot de kerkenraad en de gemeente: 'Ge hebt nu twee leraars. En nu zijn dat gezondenen, gezanten, ambassadeurs des hemels, maar: ménsen. 't Zijn en blijven mensen, met alle zwak- heden. En nu: Niemand roeme in mensen. O, dat je toch niet zoudt zeggen: Ik ben van Paulus, ik ben van Céfas en ik ben van Apollos, want dan gaat het verkeerd. O, dat is zo vreselijk, als er twisting komt. Maar dat we bedenken mochten, dat het engelen zijn, van God gezonden. Ze zijn gezonden tot uw welzijn, gezonden om het Woord des levens te prediken, een ieder met zijn eigen gaven, een ieder naar de vermogens die God hem schonk. Draag ze veel op de vleugelen des gebeds. Daar hebben ze behoefte aan. Bid ze vol, dan zullen ze u vol preken.'

's Avonds doet ds. Bregman zijn intrede en spreekt hij over Jesaja 62:6: 'O Jeruzalem, Ik heb wachters op uw muren besteld, die geduriglijk al den dag en al den nacht niet zullen zwijgen. O gij, die des Heeren doet gedenken, laat geen stilzwijgen bij ulieden wezen.' Het thema van de preek luidt: 's Heeren trouwe zorg over Jeruzalem'.

Na de preek bedankt ds. Bregman onder meer zijn bevestiger en de docenten van de Theologische School. Zo zegt hij tegen ds. L. Rijksen: 'Vanavond mag heel deze grote schare het horen: U bent een vader voor me geweest. U bent verdraagzaam

voor me geweest, wanneer soms het water tot de lippen kwam, wanneer ik in moedeloosheid soms wegzakte, dat u woorden mocht spreken, niet van vleierij, maar woorden, welmenend uit uw hart, gericht alleen op Gods Woord, dat Hij de Getrouwe is, Die geen half werk doet.'

Meer berichten




Shopbox