Geesken ten Hove.
Geesken ten Hove.

De Kléane Koarke deel 78

  Column

Geesken ten Hove is het derde kind van God waar ds. Blok veel steun aan heeft, is G. ten Hove. Zij is een nakomeling van oefenaar Otto Voortman. Geesken ten Hove wordt op 9 november 1891 geboren in Rijssen. Haar ouders zijn Jacobus ten Hove ('Klitsen Keupske') en Diena ten Bolscher. Zij wonen aan de Esstraat, in een eenvoudige boerenwoning. Geesken is het derde kind in het ouderlijk gezin. Na haar zullen er nog zeven kinderen geboren worden. Van de tien kinderen overlijden er twee op zeer jonge leeftijd en één op wat oudere leeftijd.

Kerkelijk behoort het gezin tot de Walkerk. Van 1910 tot 1913 dient haar vader daar als ouderling. Na een ernstige ziekte neemt de Heere hem op 6 mei 1913 uit dit leven weg, op de leeftijd van 47 jaar. Hij heeft een ruim sterfbed. Ook van anderen uit haar voorgeslacht en familie mag van het genadewerk Gods in hun leven worden getuigd. Zo staat haar grootmoeder, Geesken Voortman ('Geeze van de Klitsen'), bekend als 'een moeder in Israël', dient haar oom, Arend Baan ('Toijn Oarnd'), de Eskerk vele jaren in het ambt en mag zijn vrouw, Janna ten Hove, eveneens de Heere vrezen. Ook van haar nichtje, Geesken Voortman, gaat een goed getuigenis uit. Als zij in 1939 op zestienjarige leeftijd op haar sterfbed ligt en ds. J. Vreugdenhil vraagt wat haar wens is, te leven of te sterven, antwoordt ze: ''Sterven, dominee, want dan hoef ik niet langer de zonde te dienen.''


Van jongs af aan heeft Geesken ten Hove indrukken van dood en eeuwigheid. Als de Heere haar stilzet, probeert ze dat aanvankelijk voor haar huisgenoten te verbergen, bevreesd als ze is zichzelf te bedriegen. Des te meer vertoeft ze in die tijd in de binnenkamer. Toch kan Gods werk in haar leven niet verborgen blijven. Tijdens de bediening van het Heilig Avondmaal komt het nieuwe leven openbaar.


Geesken, die in 1912 openbare belijdenis heeft afgelegd, is dan al lid van de gemeente. Als er bij de nodiging tot het Avondmaal over armen en kleinen wordt gesproken en Geesken haar naam hoort noemen, valt alle mensenvrees weg en mag ze voor de eerste keer naderen tot de tafel des Heeren. Een zoete vrede vervult haar hart. Na afloop van de dienst ontvangt ze vrijmoedigheid om ook in de ouderlijke woning te vertellen wat er in haar leven is gebeurd. Hoewel Geesken na verloop van tijd vele zaken voor haar eigen zielenleven mag leren, is ze voor zichzelf veelal bekommerd. Daarbij ziet ze hoog op tegen anderen en denkt ze laag van zichzelf. Omdat het werk Gods in haar leven schittert, blijft dat ook buiten haar eigen kring niet verborgen. Zo schrijft Mientje Vrijdag, die tot de Eskerk behoort, op 31 mei 1937 aan Aaltje Smelt: ''Ons plan is om vanavond nog met vrouw Schouten en Diene naar Geesken ten Hove te gaan. We hebben dat al zo lang beloofd, maar door al die kerketwist is er niets van gekomen. Dat is wel een aardig meisje, je kan ze wel verstaan en dan is het mij hetzelfde naar welke kerk ze gaan.''

reageer als eerste
Meer berichten


Shopbox