Bartus Averesch, links op zijn hurken, met zijn dienstmakkers op het station van Deventer.
Bartus Averesch, links op zijn hurken, met zijn dienstmakkers op het station van Deventer. (Foto: Bron: Robert van Kralingen)

'De bestrijdingen waren zo groot'

door Robert van Kralingen

De Kléane Koarke 116

Bij de volgende bediening van het Heilig Avondmaal krijgt Bartus echter wel vrijmoedigheid om aan te gaan. In de week van voorbereiding wordt er in het gezin van Bartus en Berendina overigens wel regelmatig over de komende bediening van het Heilig Avondmaal gesproken. Daarbij spreekt Berendina ook altijd de kinderen aan: 'Zorg ervoor dat jullie geen dingen doen waar je vader last van heeft.'

Later brengt Bartus in de week van voorbereiding ook altijd een bezoek aan zijn getrouwde kinderen. Dan wil hij weten of er ook iets tussen hem en zijn kinderen ligt wat 's zondags een verhindering zou kunnen zijn. Op een avond weet Bartus niet meer waar hij het zoeken moet. In geestelijk opzicht verkeert hij in het donker. Die avond vertrekt hij ook in het donker naar de nachtdienst op de Nederlandse Stoom Blekerij. Voor vertrek zegt hij tegen zijn dochter: 'Geef je vader maar een kus; ik kom niet meer terug.' Als zijn dochter begint te huilen, komt een inwonende oom hierop af. Als hij van de kinderen hoort wat hun vader heeft gezegd, wil hij hem nog achterna fietsen. De gealarmeerde Berendina wil dat echter niet hebben. In haar hart gevoelt ze dat haar man zal terugkeren. Er ligt immers wat goeds van de Heere in zijn hart. Ze is ervan overtuigd dat de Heere hem ook deze keer uit de strikken van satan zal verlossen. Diep in de nacht hoort ze het tuinhekje knarsen en komt Bartus weer thuis. Tegen Berendina zegt hij: 'De bestrijdingen waren zo groot, maar vannacht heeft de Heere mij verlost en heb ik van Hem mogen zingen.'

In het voorjaar van 1926 stelt de kerkenraad Bartus kandidaat voor ouderling. Opvallend is, dat hij op dat moment nog steeds als dooplid staat ingeschreven, maar dat vormt geen belemmering. Men vindt het veel belangrijker dat het wezen van de zaak in hem gevonden wordt. En daarover bestaat geen twijfel. Hij kan goed vertellen hoe de Heere in zijn leven is begonnen en dat Hij ook is doorgetrokken met Zijn recht. In Christus is hij gewassen en gereinigd van al zijn zonden. De uitslag van de stemming is duidelijk. Van de 153 aanwezigen hebben er drie hun stem uitgebracht op Bartus. Overigens krijgt hij diezelfde avond drie stemmen als kandidaat voor diaken! Dit tekent de vrijheid die men zich op kerkordelijk gebied veroorlooft. Zo gebeurt het ook regelmatig dat er tijdens de ledenvergaderingen kandidaten worden aangewezen. De ledenvergadering wordt naar gewoonte op Tweede Kerstdag gehouden. Op de vergadering van 26 december 1927 worden 120 van de 165 stemmen op hem uitgebracht. Tot blijdschap van kerkenraad en gemeente neemt hij zijn verkiezing tot ouderling aan.

Binnen de kerkenraad krijgt Bartus al spoedig enkele oprechte vrienden, waar hij veel steun van ondervindt. Daarnaast is het hem tot blijdschap dat er binnen de kerkenraad ook vaak over het genadewerk Gods wordt gesproken. Meermalen voegen de broeders elkaar daarbij toe: 'En temet gauwwe de Heere eeuwig groot maak'n.' Bijzondere vriendschap ontstaat er met ouderling H. Haase ('Mans van 'n Haazen'), die evenals Bartus een teer geestelijk leven kent. Hoewel beide mannen totaal verschillend van karakter zijn, verstaan ze elkaar. Overigens is Bartus vaak bevreesd om wat te zeggen. Hij luistert liever naar wat anderen te zeggen hebben.'

Meer berichten




Shopbox