De vader van ds. A. Bregman, C. Bregman diende de Gereformeerde Gemeente van Benthuizen als ouderling. Foto: J.P. Sinke.
De vader van ds. A. Bregman, C. Bregman diende de Gereformeerde Gemeente van Benthuizen als ouderling. Foto: J.P. Sinke. (Foto: foto J.P. Sinke)

De Kléane Koarke 107: Zo'n moment is het toevallen van Gods recht

door Robert van Kralingen

In 1947 vinden er ingrijpende zaken plaats in het leven van Arie Bregman. 'Ik leefde in die tijd als een godsdienstige jongen. Maar toen is God me te sterk geworden. Mijn blinde zielsogen werden geopend en ik werd de ongelukkigste van het dorp. Buiten God en zonder God! Gezondigd tegen een goeddoend God, Die me vanaf mijn jeugd geroepen had, maar ik had nooit gewild. O, wat een smart!

Als de Heere mij niet ondersteund had, had ik mij doodgeweend. De zonden van de jeugd af aan werden mij ordentelijk voor ogen gesteld, hoe zielsverwoestend en godonterend ze waren geweest. Dat is wat, tegen liefde, tegen een goeddoend God gezondigd te hebben. Ik was ongelukkig; anderen konden zalig worden en ik niet meer. (…) Hoe meer beterschap ik beloofde, des te groter werd mijn verlorenheid. Als ik 's morgens naar het land ging, klonk het in mijn ziel: Het ganse schepsel zucht als in barensnood zijnde tot nu toe. En dat vanwege het rechtvaardig oordeel. De afgrond riep tot de afgrond bij het gedruis Zijner watergoten. Van binnen en van buiten was het alsof alles mij toeriep: Bij mij is het niet. O, wat heb ik de kool op het land natgemaakt met mijn tranen.

Op een ochtend zou ik op het land mijn brood opeten. Ik maakte mijn broodzak open en toen kwam er met kracht in mijn ziel: Vanwaar komt gij en waar zult gij heengaan? Toen moest ik eerlijk voor God belijden, dat ik volmaakt uit Zijn hand was voortgekomen, maar dat ik nu als een voorthollend paard langs de kortste weg naar de eeuwige rampzaligheid holde. De broodzak ging weer dicht, want mijn tranen en mijn klachten waren mijn spijs. Ik moest sterven en dan God ontmoeten en dat niet te kunnen

Later werkt de Heere door in zijn leven. 'De Heere trok door en openbaarde Zich als een heilig en rechtvaardig God, Die met de minste zonde geen gemeenschap kan hebben en krachtens Zijn heilig recht de mens moet verdoemen. Nee, de Heere gaat niet van Zijn recht af. Hij wil dat aan Zijn recht genoegdoening geschiede. (…) Ik werd gewaar dat ik een overtreder was van al Gods heilige geboden. Wat zegt Gods Woord van zo één? Vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen. Als een vervloekte ging ik over de aarde, smekend en belijdend: O God, Uw doen is rein, Uw vonnis gans rechtvaardig. Dan smeekte ik de Heere, of ik 's zondags nog onder Zijn Woord zou mogen verkeren en de Heere vergunde het mij. Die kerkgang zal niemand ooit uit mijn geheugen wissen, zelfs tot in de grijze ouderdom, zolang God mij het verstand zal geven.

Wat gebeurde er? Op een zondag werd een catechismuspreek van ds. G.H. Kersten gelezen. Voor mij was het niet anders dan vloek en oordeel. Toen ik de kerk verliet, nam ik afscheid van Gods huis. Ik dacht daar nooit meer te komen. Het werd voor mij op dat moment een verloren zaak. Ik kon niet anders dan uitroepen, ja schreeuwen: Verloren, verloren, rechtvaardig verloren. Ik geloof, dat zo'n moment het toevallen van Gods recht is.

Reageer als eerste
Meer berichten


Shopbox