Interieur Gereformeerde Gemeente Benthuizen.
Interieur Gereformeerde Gemeente Benthuizen. (Foto: Robert van Kralingen)

'Ik ging door op de brede weg des verderfs'

door Robert van Kralingen

Wat is vader Bregman verwondert dat wel vijf mud van de beste antraciet in het kolenhok is gegooid. De kolenboer vroeg niet om geld en ook niet om bonnen. 'De Heere gaf uitkomst.' Hoewel Bregman bij tijden onder sterke overtuigingen leeft, blijken dat nog geen overbuigingen te zijn.

'Veel tranen geschreid over mijn zonde. Gods volk groot geacht. Maar het bleek geen hartelijke droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid. Ds. Van Stuijvenberg en de kerkenraad hoorden er iets van en dachten dat het een zaligmakend werk van God was. Maar helaas, het kan ver gaan. Ik was als een hond, die tot zijn uitbraaksel wederkeert.De vijandschap bleef niet achter. Ik ging door op de brede weg des verderfs

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Bregman actief in de Benthuizer Burgerwacht. Daarnaast wordt hij in het nabijgelegen Zoetermeer lid van een verzetsploeg. Daar leert hij ook (de latere predikant) Jan Karens kennen. Na de oorlog volgt hij verschillende opleidingen in het leger en wordt hij bevorderd tot sergeant. Intussen blijft de noodzaak der bekering hem bezetten. 'Als ik 's avonds de kans kreeg om ergens een dominee te beluisteren, ging ik er naartoe, waar het ook was. Of het nu bij de Christelijk Gereformeerden, de Oud Gereformeerden of de Hervormde Bond was, ik ging naar de kerk. Ik kwam daar niet geheel zonder indrukken vandaan. Als ik 's avonds voor het slapen gaan mijn gebed deed, was het altijd: Heere, bekeer mij zoals Gij Uw volk bekeert en denk aan Uw volk.'

Als op een avond een duivelskunstenaar zijn kunsten in de kazerne komt vertonen, is Bregman daar ook bij aanwezig. 'Ik was er echter naartoe gegaan met de vraag of de Heere die avond wilde betonen dat Hij God is en of Hij dat duivelswerk wilde verhinderen. Dat is die avond gebeurd. Mijn oudste broer, Bram, was er ook bij. De duivelskunstenaar moest na al zijn zwoegen om de zaak aan het lachen te krijgen bekennen, dat er een persoon in de kantine zat die hem tegenwerkte. Hierdoor kon hij niets ten uitvoer brengen. Zeer verblijd ben ik in de barak teruggekeerd. Ik heb de Heere erkend voor het verijdelen van het duivelswerk.'

Na zo'n zestien maanden in militaire dienst te hebben gezeten, keert Bregman weer in het 'gewone' leven terug. Als hem tussen Benthuizen en Hazerswoude door H. Zintel een perceel grond voor deelbouw wordt aangeboden, gaat hij op dat aanbod in. 'Het land was sterk verwaarloosd. De grond zag blauw van het water. Zintel bood me nog een hectare weiland aan, waar zoveel stekels op stonden dat je de koeien haast niet zag lopen. Hij zou het land ploegen en eggen, waarna ik er kool op kon zetten. Nu, dat aanbod heb ik aangenomen, niet wetende dat de Heere mij voor het onderhoud van mijn gezin grotelijks zou zegenen.' Als tuinder verbouwt Bregman onder meer uien, spruiten, witlof en een aantal koolsoorten. Vanwege de goede kwaliteit van zijn producten wordt hij wel eens de 'spruitenkoning' genoemd.

Reageer als eerste
Meer berichten


Shopbox