Logo rijssen-holtensnieuwsblad.nl


 In 1955 wordt J. van Haaren toegelaten op de Theologische School in Rotterdam.
In 1955 wordt J. van Haaren toegelaten op de Theologische School in Rotterdam. (Foto: Robert van Kralingen)

De Kléane Koarke 92: 'De Heere leerde mij tot Hem op te zien'

door Robert van Kralingen

Op 15 april 1952 legt Jan van Haaren in de Gereformeerde Gemeente te Barneveld openbare belijdenis des geloofs af. Omdat de plaatselijke predikant, ds. Chr. van de Woestijne, wegens ziekte verhinderd is, gaat zijn zwager, ds. J.W. Kersten, in deze dienst voor.

Vanuit de innerlijke overtuiging geroepen te zijn tot het predikambt wil hij zich daar goed op voorbereiden. Daarom volgt hij op het gymnasium lessen Hebreeuws. Naar eigen zeggen wordt hij hierin op een bijzondere wijze ondersteund. Daarvan maakt hij ook gewag in zijn dagboek: 'De Heere leerde mij alles van Hem te verwachten en tot Hem op te zien.' Als hij in mei 1954 voor zijn eindexamen slaagt, noteert hij: 'Geslaagd voor 't eindexamen van 't gym. God alleen zij dank en ere. Soli Deo Gloria!' Omstreeks die tijd meldt hij zich bij de kerkenraad om een attest voor het Curatorium. De kerkenraad vindt echter geen vrijmoedigheid om aan zo'n jong lid een attest af te geven. Op advies van de predikant, ds. Chr. van Dam, beroept hij zich op de classis. Op 10 juni 1954 buigt de classis Barneveld zich hierover. In de notulen wordt dit als volgt verwoord: 'De Classis Barneveld, hebbende gehoord het jeugdig lidmaat Van Haaren, zijn werkzaamheden tot het leraarsambt en zijn zielservaringen, heeft geen vrijmoedigheid gevonden deze persoon geen attest te verlenen tot onderzoek voor het Curatorium der Theologische School. Maar de Classis is eenparig van oordeel een attest voor het Curatorium te geven, terwijl ook de kerkenraad van Barneveld zich volkomen aansluit bij het oordeel der Classis.' Door het Curatorium wordt hij echter afgewezen! Hierna laat Jan zich inschrijven als student aan de Theologische Faculteit van de Rijksuniversiteit Utrecht. De studie stelt hem echter teleur, vooral omdat er door docenten aan de onfeilbaarheid van Gods Woord wordt getwijfeld. In het voorjaar van 1955 ontvangt hij opnieuw een attest voor het Curatorium, deze keer van de kerkenraad van Genemuiden, waar zijn ouders naartoe zijn verhuisd. Op 21 juni 1955 vindt het onderzoek plaats. In 'De Saambinder' van 23 juni deelt het Curatorium daar het volgende over mee: 'Onderzocht werden negen personen, die zich met een attest gemeld hadden. Van deze personen werden de heren P. Blok, J. van Haaren te Genemuiden en C. Wisse toegelaten. (…) Het is verheugend, temidden van de bangheid der tijden dat de Heere op kennelijke wijze Zijn goedgunstigheid doet ervaren. Niet alleen dat in eensgezindheid en liefde mocht worden vergaderd, maar dat ook een drietal dergenen, die zich gemeld hadden, mocht worden toegelaten tot de Theologische School.' Omdat het gewenst is dat de studenten in de buurt van Rotterdam wonen, betrekt student Van Haaren kort daarop met zijn ouders de pastorie van de Gereformeerde Gemeente te Moerkapelle.

Als tegenprestatie verlangt de kerkenraad dat hij de jeugd catechiseert.

Foto 1: In 1955 wordt J. van Haaren toegelaten op de Theologische School in Rotterdam.

Foto 2: De kerk en pastorie van de Gereformeerde Gemeente Moerkapelle.

reageer als eerste
Meer berichten


Shopbox