Logo rijssen-holtensnieuwsblad.nl


 Student J. van Haaren.
Student J. van Haaren. (Foto: Robert van Kralingen)

De Kléane Koarke 91: 'Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop'

door Robert van Kralingen

In een brief aan ds. Ligtenberg schrijft Jan van Haaren: 'De heilige eis van Gods rechtvaardigheid werd een weinig in mijn ziel ontsloten. De dood zat mij soms op de hielen, totdat er ruimte kwam, toen ongedacht en onverwacht, terwijl ik mij verwerpelijk voor Gods ogen kende en het hartelijk bekennen mocht: Ik heb gedaan wat kwaad was in Uw oog, als een openbaring van de hemel, het de Heere behaagde om Christus voor mijn zieleoog te ontsluiten, Die de Weg, de Waarheid en het Leven is. Vooral Zijn bereidwilligheid brak mijn hart. Dat Hij nu zo laag boog om zulk een tot de zaligheid te nodigen! O, toen heb ik mijn eigen bereidwilligheid als pure vijandschap voor God beleden en ook beweend.'

Onder het lezen van een preek van ds. E. Fransen over de Laodicenzen wijst de Heere hem op zijn lauwe vroomheid: 'Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.' In bovengenoemde brief schrijft hij daarover: 'Dat was volkomen rechtvaardig. Maar nu het grote wonder, dat juist aan die lauwen zulk een heerlijk aanbod van genade werd verkondigd. Hoe was het toch mogelijk, dat de Heere nog met zulken bemoeienissen wilde hebben. 'Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij!' De Heere was het Die klopte, maar de Heere was het ook Die de deur van mijn hart openbrak en het wonderlijke was, dat de Heere het op mijn rekening schreef. Weggewonderd heb ik me daar.'

Bij zijn 12½-jarig ambtsjubileum blikt hij nog eens op deze aangrijpende periode uit zijn leven terug: 'En als we dan terugdenken, dan moet schaamte ons aangezicht bedekken. Schaamte! Waarom? Omdat het zolang duurde eer dat we nou eens echt zondaar voor God werden. Eer dat we het eens onvoorwaardelijk met God ééns werden. Hoe lang dat geduurd heeft? Toen we zestien jaar waren geworden, toen heeft God er een punt achter gezet. Toen ging God dóórtrekken met Zijn heilig recht. Nee, we gaan er niet in den brede over spreken. Maar Gods gerechtigheid ging voldoening vorderen en niet anders te hebben dan schuld en zonde. Voor God niet te kunnen bestaan en alle gerechtigheid een wegwerpelijk kleed. Daar te beleven der verderving waard te zijn. Daar wordt 'amen' gezegd op Gods gerechtigheid. Daar kon God nooit meer kwaad doen, ook al zou Hij me voor eeuwig wegslingeren in het naar verderf. Nooit, nooit zullen we die zondag vergeten, dat de Heere een afgesneden zaak maakte en dat we capituleren mochten. Maar wat een wonder ook! Want daar gebeurt wat!

Daar leef je geen week in, ach welnee! Nog niet een dag. Als God er een punt achter zet, dan moet er wat gebeuren. En wat gebeurde er dan? Wel geliefden, menend in de hel weg te zinken, daar ging de hemel open! Daar werd nu die ruimte ontsloten, die er in een Ander is tot zaligheid.

reageer als eerste
Meer berichten


Shopbox