Janna Schreurs-Smeijers.
Janna Schreurs-Smeijers. (Foto: Robert van Kralingen)

De Kléane Koarke 76: 'Die middag nam de Heere het over'

door Robert van Kralingen

Een ander kind van God in de gemeente is J. Schreurs-Smeijers ('Schreurs Jannoa'). Janna Smeijers wordt op 19 september 1864 geboren te Wierden. Omdat het ouderlijk gezin tot de Walkerk behoort, wordt zij daar gedoopt. Haar grootouders runnen een boerderij. Tijdens de ambtsperiode van ds. J. Diephuis laat haar grootvader, Jan Smeijers, daar predikanten van elders voorgaan. Een van hen is ds. E. Fransen uit Kampen. Voor Janna wordt diens prediking tot zegen gesteld. Later schrijft ds. Fransen daarover: 'Ik ben nu tweemaal naar Rijssen geweest, waar de Heere veel volk heeft. Ik heb binnen weinige dagen een brief ontvangen, dat de Heere er beide keren één onder onze dienst heeft toegebracht. Twee jeugdige mensen, een dochter en een kleindochter van die boer, die zoveel moeite heeft gedaan om mij in Rijssen te krijgen. Hij was er voor naar Kampen toe komen reizen en toen ik er de eerste maal ben geweest, kon hij de hele nacht niet slapen en hij vroeg mij 'wenende wat de Heere er toch mee voor zou hebben. Ik gaf hem tot antwoord, dat de Heere zegt in Zijn Woord: Ik zal u van achteren Mijn heil doen zien.' Op 25 april 1889 treedt Janna in het huwelijk met Jan Hendrik Hendrikus Schreurs, wagenmaker te Rijssen. De wagenmakerij van Schreurs staat naast de stellingmolen aan de Molendijk.

Als ds. W.C. Lamain zich in 1943 aan de Walkerk verbindt, komt hij al spoedig met Janna in contact en karakteriseert hij haar als 'een van de heiligen der hoge plaatsen en de heerlijken, in dewelken al Gods lust is'. Later schrijft hij over haar: 'Toen wij in 1943 naar Rijssen gingen, hebben we haar vaak bezocht. Na ons vertrek uit Rijssen bleven we met een aantal briefwisseling onderhouden. De oceaan was er wel tussen, doch wij mochten door de band des Geestes en der liefde aan elkander verbonden blijven. Van een voorval met vrouw Schreurs wil ik hier nog verslag doen. Op een Eerste Paasdag in Grand Rapids was de tekst 's middags over Maria Magdalena. Die middag hoefde ik het zelf niet te doen. De Heere nam het over. Die middag werden de zegels verbroken door de Leeuw uit de stam van Juda. De openbaring van de verhoogde en verheerlijkte Christus aan die vrouw, waar tevoren zeven duivelen uit geworpen waren. Aan deze vrouw had de Heere Zijn grote goedertierenheid bewezen in de vergeving van haar zonden. Het was die middag afdalende genade. En wanneer dat lieve Wezen afdaalt, dan brengt Hij alles mee. Vereniging met de Kerk in de hemel, maar ook met de Kerk op deze aarde. Ik zal het nu maar niet verder uitbreiden. Het eerste briefje dat ik daarna schreef, was gericht aan vrouw Schreurs in Rijssen. Het werd een lange brief. Het duurde niet lang of ik had een briefje terug. Ze schreef zo lief, maar ook zo oprecht: 'Ik heb vernomen uit de brief, dat de Heere op de Eerste Paasdag ruimte heeft gegeven. Wat is het een wonder als de Heere nog ondersteunt en een dorsende os niet muilbandt.

Meer berichten




Shopbox