Logo rijssen-holtensnieuwsblad.nl


 Student M. Blok.
Student M. Blok.

De Kléane Koarke: af en toe krijgt hij daarbij ook een stevige les

door Robert van Kralingen

De verhuizing van familie Blok en de oorlogsomstandigheden geven de nodige spanningen. Gelukkig krijgen ze veel steun van student J.B. Bel, die in 1938 tot de Theologische School is toegelaten. Ook met student L. Rijksen, die in 1940 is toegelaten, ontstaat een hechte band. Andere studenten in die jaren zijn D.L. Aangeenbrug, M. van de Ketterij, Chr. van Dam, W. de Wit, C. Hegeman, Joh. van Dijke, K. de Gier en M. Heerschap. Als docenten fungeren de eerste jaren ds. G.H. Kersten en de heer A. van Bochove. In 1943 wordt dr. C. Steenblok daar aan toegevoegd. Als student werkt Blok hard. Hele dagen zit hij over zijn boeken gebogen. Vanwege de beperkte stroomvoorziening zit hij tijdens de laatste oorlogswinter bij kaarslicht in de keuken te studeren. Toch moet hij ook andere dingen leren: "Ik moest in mijn studententijd vooral zaken afleren. Met schaamte moet ik zeggen, dat de Heere veel aan me heeft moeten schaven, voordat ik echt een leerjongen van Hem wilde zijn."

Op 14 oktober 1942 houdt student Blok onverwachts zijn eerste preek. Dat gebeurt in Capelle aan den IJssel, waar ds. Kersten die morgen is voorgegaan. Na afloop van de dienst voegt zijn leermeester hem toe: 'Jij moet vanmiddag maar preken.' Omdat hij hem niet durft tegen te spreken, gaat Blok die middag dan ook voor en spreekt hij over 1 Petrus 4:17: 'Want het is de tijd, dat het oordeel begint van het huis Gods; en indien het eerst van ons begint, welk zal het einde zijn degenen die het Evangelie Gods ongehoorzaam zijn?' Als ds. Kersten na de dienst van de kerkenraad te horen krijgt dat het goed is gegaan, zegt hij tegen hem: "Het ging goed, jij kunt ook de derde dienst wel voor mij waarnemen." Die avond preekt hij over Psalm 73:25-26: 'Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde. Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten en mijn Deel in eeuwigheid.' Vanaf die dag gaat student Blok geregeld uit preken. Af en toe krijgt hij daarbij ook een stevige les, zoals in Wolphaartsdijk. "In die kleine gemeente leerde de Heere me heel duidelijk, dat het niet moest gaan om mij, maar uitsluitend om mijn Zender. In elk van de drie diensten voelde ik al na een half uur dat de Heere me van de preekstoel afstuurde. Ik was uitgepreekt en uitgebeden. Van binnen stormde het. Ik had me vergist. Als ik werkelijk een geroepen knecht was, dan kon dit nooit gebeurd zijn. En het Curatorium en de docenten hadden zich ook vergist." Ingrijpend is ook zijn eerste preekbeurt in Middelharnis, waar veel oud-dorpsgenoten zich onder zijn gehoor bevinden. De Heere geeft echter getuigenis aan Zijn eigen werk en er ligt beslag in de gemeente. Na afloop zeggen zijn voormalige dorpsgenoten: "We doen nergens aan en moeten van de godsdienst niet veel hebben, maar wat Marien vanavond heeft verteld, dat meent hij oprecht. Dat voel je gewoon."

reageer als eerste
Meer berichten