Logo rijssen-holtensnieuwsblad.nl


De haven van Dirksland.
De haven van Dirksland.

'Ik zal spelen dat de stukken ervan afvliegen'

door Robert van Kralingen

Omdat Marinus niet gewend is om voor zijn eten te bidden, wordt hij daar door een van zijn collega's, Koos Noordijk, over aangesproken. Zijn reactie is echter duidelijk: "Bidden? Nee hoor, ik heb zelf voor die boterhammen gewerkt."

Hoewel zijn collega hem bij herhaling op zijn verzuim wijst, verandert er niets. Totdat Noordijk op zekere dag tegen hem zegt: "Blok, je moet bidden, want je staat bij diezelfde God in rekening." Deze eenvoudige vermaning slaat bij hem naar binnen en wordt door de Heere gebruikt om hem stil te zetten op de weg der zonde. Hij ziet dat hij inderdaad bij God in rekening staat! Zijn vrouw merkt al spoedig dat er iets met hem is gebeurd. Zelf is hij daar echter erg gesloten over.

Kort daarop besluit Marinus een Bijbel te kopen. Voortaan gaat deze meerdere keren per dag open. "'Ik kreeg maar niet genoeg van het lezen van de Schrift. Ik dronk het Woord in, maar werd er nimmer dronken van," zo zegt hij later. Niet alleen zijn vrouw, maar ook zijn vrienden valt het op dat Marinus is veranderd. Hun eens zo vrolijke kameraad kennen ze niet terug. Omdat de wereld hem niet langer kan bekoren, trekt hij er niet meer met zijn vrienden op uit en bedankt hij voor de muziekvereniging. Door zijn vader wordt dat buitengewoon betreurd. Op aandringen van de dirigent van de muziekvereniging is hij bereid nog een keer mee te doen aan een uitvoering. Hoewel zijn vrouw hem nog op andere gedachten probeert te brengen, is hij vastbesloten om mee te doen. Als zijn moeder hem vraagt of hij het echt meent, antwoordt hij: "Ik zal spelen dat de stukken ervan afvliegen." Als hij de zaal binnenstapt, laat de Heere hem echter zien dat hij zich op een verkeerde plaats bevindt. De Heere eist een radicale breuk met de zonde. Binnen enkele minuten maakt Marinus rechtsomkeert, naar de woning van zijn ouders. Daar valt hij zijn moeder om de hals en snikt hij het uit: "Moeder, ik kan niet meer! Ik kan niet meer!" Zijn piston (een soort trompet) laat hij bij zijn ouders achter. Hij zal het instrument nooit meer aanraken. Thuisgekomen belijdt hij ook tegenover de Heere en zijn vrouw zijn zondig afwijken. Daarop komt de Heere over met de woorden: "Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens." Nadat de Heere hem heeft stilgezet, zet hij zich 's zondags voortaan in de Nederlandse Hervormde Kerk in zijn woonplaats onder het Woord. Ook gaat hij catechisatie volgen en meldt hij zich aan als belijdeniscatechisant. Omdat hij pas op z'n drieëntwintigste jaar in de Bijbel is gaan lezen, moet hij veel leren. Op 14 april 1935 doet hij bij ds. C. van der Wal uit Dirksland belijdenis.

Omdat hij in de prediking geen antwoord krijgt op zijn geestelijke vragen, wordt hij innerlijk heen en weer geslingerd. Op zijn werk legt hij deze vragen wel eens voor aan zijn collega Koos Noordijk.

reageer als eerste
Meer berichten