Logo rijssen-holtensnieuwsblad.nl


Een luchtfoto van de Noorderkerk in de jaren vijftig.
Een luchtfoto van de Noorderkerk in de jaren vijftig.

De Kléane Koarke: Er heerste droefheid in de pastorie

door Robert van Kralingen

Het jaar 1955 is nog maar enkele weken oud, als mevrouw Honkoop ernstig ziek wordt. Mevrouw Honkoop heeft altijd al met haar gezondheid getobd. Nu komen er nieuwe klachten bij en treden er verlammingsverschijnselen op. Kort daarop wordt ze in het ziekenhuis opgenomen.Ze wordt trouw door haar man bezocht. Vaak zelfs nog na het vervullen van een weekbeurt. Dan vraagt hij voor de zaal een zegen voor de nacht. Hoewel er verschillende specialisten worden bijgehaald, is de ziekte niet te stuiten en lijdt mevrouw Honkoop veel pijn. Als een van de kinderen haar zo ziet lijden, snijdt hem dat door de ziel. In zijn hart denkt hij: De Heere Jezus heeft Zijn Kerk toch gekocht? Er staat toch geschreven: Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen? Waarom moet moeder dan zo'n pijnlijke, smartelijke weg gaan? Het lijkt wel of z'n moeder zijn gedachten kan lezen, want ze zegt: "Jongen, zul je niet hard van de Heere denken? Als ik mijn armen nog kon gebruiken, zou ik daar op de muur schrijven: De Heere is goed, eeuwig goed!" Door een longontsteking worden haar laatste krachten gesloopt. Als haar man enkele dagen voor haar overlijden vraagt of ze pijn heeft, antwoordt zij: "Nee, maar ik verlang zo om ontbonden te zijn."
Mevrouw Honkoop overlijdt op 25 november 1955, op de leeftijd van 57 jaar. Op 29 november is de begrafenis. Veel mensen zijn daarbij aanwezig. Vooraf wordt in de Noorderkerk een rouwdienst gehouden. Ds. L. Rijksen uit Middelburg spreekt daarbij over Genesis 23:2a: "En Sara stierf te Kirjath-Arba, dat is Hebron, in het land Kanaän." In een persoonlijk woord tot ds. Honkoop wijst hij op het grote voorrecht dat zijn vrouw ten deel is gevallen. "Welk een bemoediging moet het voor u zijn, dat gij haar niet voor het laatst gezien zult hebben. Gij zult bij de indrukken van datgene wat haar nu geschonken is haar dat heil niet misgunnen." Op de begraafplaats aan de Lentfersweg wordt gesproken door ouderling G.J. van der Stouw en ds. J.W. Kersten. Namens de familie spreekt ds. A.F. Honkoop een dankwoord. Als laatste krijgt ds. P. Honkoop zelf het woord. "Zalig zijn de doden die in den Heere sterven", zo klinkt het uit zijn mond. Zichzelf aansprekend, zegt hij: "En gij mijn ziel, zwijg Gode, omdat Hij het heeft gedaan. De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de Naam des Heeren zij geloofd. Amen, ja, amen." Diep onder de indruk verlaat de schare daarna de begraafplaats.Het ambtelijke werk van ds. Honkoop gaat door. Zo houdt hij de dag na de begrafenis van zijn vrouw dankdag in Hoedekenskerke. Ook de eerste huwelijken die hij hierna moet bevestigen zijn niet gemakkelijk. Maar de Heere ondersteunt. Als Hij hem laat zien dat zijn vrouw nu de bruid is van de grote Bruidegom, mag hij haar afstaan.

reageer als eerste
Meer berichten