De Nederlandse Hervormde Kerk in Beekbergen. Bron: Rijksdienst Cultureel Erfgoed.
De Nederlandse Hervormde Kerk in Beekbergen. Bron: Rijksdienst Cultureel Erfgoed.

Ontstaan van de Gereformeerde Gemeente

RIJSSEN - Met de komst van ds. M. Hofman krijgt de Eskerk in 1917 opnieuw een predikant. Marinus Hofman wordt op 3 maart 1873 geboren te Lieren, een buurtschap bij Beekbergen. Zijn vader is dagloner. Hij verdient slechts vier á vijf gulden per week.

Door Robert van Kralingen

In alle eenvoudigheid worden de kinderen opgevoed. Honger en gebrek wordt er niet geleden. Kerkelijk behoort het gezin tot de Nederlandse Hervormde Kerk. De kerkgang van vader laat te wensen over. Bij zijn vrouw is het anders, zij is een gekende des Heeren. Van jongs af aan heeft Marinus diepe indrukken van dood en eeuwigheid. "Ik was nog zeer jong, toen ik soms sterke indrukken had van dood en eeuwigheid. Zelfs vóór mijn schooljaren weet ik, als ik ongehoorzaam geweest was, hoe bang en bevreesd ik was te moeten sterven en beloofde morgen beter op te passen. Ik weet, hoe ik in het achterhuis mij dagelijks verstopte om te gaan bidden en ik over mijn zonden schreide, menende, dat het niemand wist of hoorde. Maar merkte later dat mijn moeder mij soms beluisterd had en dan schaamde ik mij erg."
Toen Marinus naar school begon te gaan, was hij als kind nergens geweest en kon zich met de jongens van zijn leeftijd niet verenigen. "Spelen deed ik zelden. De indrukken waren soms zó erg, dat ik niet durfde, en stond dan aan de post of deur alleen, zodat ik van de andere jongens, zo min bemind was als ik hen beminde. Alleen was het was mijn groot vermaak, als de meester Bijbelse geschiedenis vertelde. Ik at dat als 't ware op en zou wel gewild hebben dat wij maar niets anders behoefden te leren. Vroeg de meester de volgende dag naar het verhandelde van de vorige dag, dan wist ik hem tot zijn verbazing te antwoorden op alles wat hij vroeg. Maar ging het over de andere lessen, dan was ik lang niet de knapste, maar kreeg gedurig een standje dat ik niet opgelet had."
Als kind gaat Marinus graag mee naar de kerk. "Had ik het geluk, hoe klein ik was, dat mijn vader mij zondags meenam naar de kerk, dan was ik de koning te rijk, hoewel ik geen één woord begreep of verklaren kon waarom ik zo graag ter kerk ging."
In zijn kinderjaren heeft Marinus al een betrekking op het predikambt. Als zijn klasgenoten aangeven smid en boer te willen worden, denkt hij: 'Ik word dominee.' Hoewel hij hier met niemand over spreekt, hebben anderen die gedachten ook. "Ik kan niet kan verklaren hoe zij er aan kwamen en of zij uit mijn ingetogen kinderleven wat maakten, dan wel of het spotternij was, weet ik niet, maar ik herinner mij, dat ik eens een boodschap voor mijn moeder moest doen, waarbij ik een afgelegen paadje moest passeren. Op dit pad kwam mij een veel grotere en sterkere jongen tegen, die met de vuist op mij afkwam en zei: 'Daar hebben we die fijne, die dominee moet worden, is 't niet?'

Meer berichten